Nieuws
Originele achtergevel 1935


Verbouwing Villa Ten Bosch (1935) van het ‘monument’ architect Eduard Van Steenbergen

Het betreft hier een architecturaal waardevol buitenhuis uit het interbellum. Eduard Van Steenbergen realiseert voor ingenieur P. Poels in 1935 een vrijstaande villa in Kapellen, villa Ten Bosch genaamd. De villa is een compacte rechthoekige bouw met een verhoogd gelijkvloers en een bovenverdieping onder een plat dak, typisch voor de modernistische bouwstijl uit deze interbellumperiode.
Het verhogen van het gelijkvloers is zeker schatplichtig aan de architectuur van Henri van de Velde. Het strakke, nieuwe zakelijke volume wordt alleen verzacht door cirkelvormige elementen in de buitenaanleg: halfronde trappartijen aan voordeur en terras en een afgeronde glazen terrasoverdekking aan de achtergevel. Deze terrasoverdekking is thans verdwenen daar er later een kleine uitbreiding van de woning plaatsvond. De gevel aan de straatzijde is opvallend gesloten. De tuinzijde heeft een reeks identieke ramen die aan het interieur een vrij open karakter geven, doch het uitwendige volume intact laten. Een mooi detail is de wijze waarop de hoek aanwezig blijft door een ingebouwde loggia. De baksteen die gebruikt is voor de villa is een zogenaamde Belvédère baksteen: een geelbruine baksteen, van een lang en smal formaat, afkomstig uit Nederland. Deze baksteen, en zijn verwerking in diverse metselverbanden en met een zogenaamde Dudok-voeg (opgevulde stootvoeg, afgeschuinde lintvoeg) is bijzonder typisch voor de architectuur van de jaren 1930.

Het interieur van de woning is goed bewaard. De villa beschikt over de oorspronkelijke vloer, deuren, trap, modernistisch deur- en raambeslag.

Vele woningen en publieke gebouwen van Eduard Van Steenbergen zijn beschermd. Villa Ten Bosch niet. De villa werd wel opgenomen en beschreven in een nummer van het tijdschrift Monumenten en Landschappen en wordt vermeld in diverse andere publicaties.

Eduard Van Steenbergen en de architectuur

Eduard  van  Steenbergen (1889-1952) is  een  van  de  belangrijkste  Belgische  architecten  van  het interbellum. Hij realiseerde een verfijnde en rustige architectuur, zonder dogmatisme en met oog voor de concrete omstandigheden van de opdracht. Van Steenbergen beperkte zich niet alleen tot de architectuur, ook de inrichting, de tuinaanleg en het ontwerp van het meubilair, de verlichting, de tapijten en het glas in lood werden door hem tot in het kleinste detail uitgetekend.

Het vroege oeuvre van Van Steenbergen leunde aan bij de Arts and Crafts, de Amsterdamse school en het werk van Hendrik Petrus Berlage. Zijn eerste grote opdracht, de Unitastuinwijk in Deurne, situeert zich in deze periode. Halfweg de jaren 1920 versoberde zijn architectuur. Hij ontwierp vanaf dan gebouwen in een verzakelijkt, maar warm idioom van bakstenen volumes en houten ramen, met eenvoudige functionele plattegronden en uitgerust met zelf ontworpen art deco meubilair en glas in lood. Voorbeelden zijn onder meer de eigen woning (1925) en de woning Adriaensens (1928) in Berchem, de woning Marstboom in Hove (1925), de woning Reypens in Mortsel (1927-1928) en de woning Van Den Berghe in Borgerhout (1928).

Vanaf het einde van de jaren 1920 oriënteerde hij zich steeds meer op het functionalisme. Op een eigenzinnige manier gaf hij vorm aan de moderne beginselen ruimte, licht, lucht en groen. Het complex Moderne Stad in Antwerpen (1928) en het gedenkteken Vlaanderen-Roosendaal (1928), allebei niet uitgevoerd, kondigden deze koerswijziging aan. Zijn stand voor de Federatie van Vakbonden op de Antwerpse wereldtentoonstelling van 1930, de uitbreiding van het sanatorium De Mick in Brasschaat (1932) en verschillende woningen, zoals de woning Baksteen in Schilde (1930), Zilverbron in Brasschaat (1932) en De Reiger in Kalmthout (1934), illustreren deze evolutie. Tot zijn mooiste verwezenlijkingen uit deze periode behoren zes woningen op de vroegere terreinen van de Antwerpse wereldtentoonstelling van 1930. Het zijn sobere bakstenen volumes met functionele en transparante ruimtes, gegroepeerd rond een gemeenschappelijke tuin (1932). Een ander hoogtepunt is het atheneum van Deurne, een schoolvoorbeeld van monumentaal en dynamisch functionalisme (1936).

Na de Tweede Wereldoorlog greep hij terug naar meer traditionele modellen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het niet uitgevoerde ontwerp voor een provinciaal bestuursgebouw in Antwerpen (1943). Voor zijn laatste grote opdracht, het gemeentehuis van Deurne (1947), opteerde hij voor een axiale planopbouw en een monumentale, maar sobere vormgeving.

Bronnen: opdrachtgever en Dirk Laureys, Antwerps Architectuurarchief.

Gerelateerd nieuws

Welkom Kim!!

Ook specialisten in spé zijn welkom.  Stagiair Kim Van Dyck doet dat goed.

UNIEK! Allereerste witte zonnepanelen ter wereld!

De eerste witte zonnepanelen ter wereld zijn een feit! En werden door ons geplaatst bij DUIF!

Return